21 oktober en 16 december, aanvang 14.00 uur: HET JODENDOM: JOODSE INSTELLINGEN, GESCHRIFTEN, SYMBOLEN EN VOORWERPEN, twee dia-lezingen door drs. Heleen Pijl-Aangenendt,
Aan de hand van vele dia’s worden tijdens de eerste bijeenkomst een aantal onderwerpen behandeld die gerelateerd zijn aan de Thora. De Thora zou in zijn geheel door God aan Mozes zijn gegeven op de berg Sinaï. De vijf boeken vormen met hun vele geboden en verboden het wetboek van de joodse traditie en het middelpunt van het joodse leven. Het sabbatsvoorschrift en de spijswetten b.v. zijn voorschriften zoals die in de Thora opgetekend zijn. Van grote symbolische betekenis voor het jodendom zijn voorwerpen zoals de gebedsmantel en de gebedsriemen, de Menora, de zevenarmige kandelaar en de mezoeza, het kleine stukje perkament aan de deurpost. Voorts wordt ingegaan op de religieuze mijlpalen in een joods leven: de besnijdenis, de bar mitswa, het huwelijk en de rituelen rond het sterven.
Op 16 december vormen de joodse kalender en de feestdagen, die het jaar ritmisch verdelen, het thema: Rosh Hashana, het joodse Nieuwjaar, Chanoeka, het Lichtfeest waarbij de her-inwijding van de ontwijde tempel in Jeruzalem (ca. 200 v.C.) herdacht wordt, het Poerim- of Lotenfeest, dat teruggaat op de verlossing van de joden in Perzië uit de handen van Haman, en uiteraard Jom Kipoer, de jaarlijkse Grote Verzoendag.
Heleen Pijl is kunsthistorica met een bijzondere belangstelling voor de achtergronden van religieuze kunst.
Zaterdag 27 oktober, aanvang 13.30 uur, afsluiting ± 17.00 uur, NIKOS KAZANTZAKIS, een manifestatie rondom de beroemde schrijver en filosoof, georganiseerd door de Société Internationale des Amis de Nikos Kazantzakis in samenwerking met het Instituut voor Oosters Christendom te Nijmegen en de A.A. Brediusstichting; voorzitter tijdens de bijeenkomst is de voorzitter van de Société, prof. Georges Stassinakis.
Het programma valt uiteen in verschillende onderdelen: de Société, een introductie; een videofilm van ongeveer 40 minuten in het Engels over het leven en het werk van Nikos Kazantzakis; en een lezing - in het Grieks - met als thema ‘Het leven en het denken van Kazantzakis’. De middag wordt afgesloten met een ronde-tafelgesprek (Grieks en Engels).
De deelnemers zijn vanaf 12.30 uur welkom voor een eenvoudige lunch.
Zondag 18 november, aanvang 14.00: POËZIE EN
BALLINGSCHAP: DE “SCHRIFTEN UIT VORONEZJ" VAN OSIP MANDELSTAM, door
dr.
Thomas Langerak
“Zoals Rembrandt, de martelaar van het clair-obscur,
Drie jaar - van 1934 tot 1937 - bracht de Russische dichter Osip Mandelstam in ballingschap door in de Zuid-Russische provinciehoofdstad Voronezj. Deze verbanning was hem opgelegd voor een spotgedicht op Stalin dat hij aan vrienden en bekenden had voorgelezen. De jaren van ballingschap in Voronezj waren voor Mandelstam en zijn vrouw enerzijds een tijd van armoede, ontbering en isolement, anderzijds een ‘adempauze’, een korte periode van scheppingsdrang die des te sterker werd naarmate een definitieve arrestatie en veroordeling onvermijdelijker leken.
De gedichten die Mandelstam in deze periode geschreven heeft, de “Schriften uit Voronezj”, vormen een van de hoogtepunten uit de Europese poëzie van de twintigste eeuw. De “Schriften uit Voronezj” laten zich lezen als een biografische bundel, als een poëtische neerslag van zijn angst, armoede en isolement. Maar de bundel biedt meer dan alleen de donkere kanten van Mandelstams bestaan als balling: ook het met volle teugen genieten van de natuur, het bevestigen van zijn band met de Europese cultuur zijn terugkerende thema's. En de hele bundel is doortrokken van een geloof in de kracht van het poëtische woord dat de dood van de maker zal overleven.
In de lezing gaat de spreker in op de biografische achtergronden van de bundel. Een aantal belangrijke gedichten uit de bundel, met name die waarin de dichter zich heeft laten inspireren door de schilderkunst en muziek, worden uitgebreid behandeld. De lezing wordt geïllustreerd met beeldmateriaal.
Thomas Langerak (1951) doceerde van 1979 tot 2000 Russische letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds oktober 2000 is hij docent Russische letterkunde aan de Universiteit van Gent. Hij publiceerde o.m. over Andrey Platonov, Daniil Charms en Osip Mandelstam.
CURSUSSEN (Voor aanmeldingen en inlichtingen kunt u zich wenden tot de A.A. Brediusstichting.)
29 september, van 11.00 tot ca. 16.00 uur: KERKSLAVISCH voor geïnteresseerden met een basiskennis van het (Oud-)kerkslavisch. Teksten uit de Kerkslavische liturgische boeken en de hagiografie en opschriften op iconen worden gezamenlijk vertaald en besproken. In onderling overleg wordt de datum voor de volgende bijeenkomst vastgesteld. Docent: Victoria van Aalst.
13 oktober en 24 november, van 13.30 tot ca. 16.30 uur, CONVERSATIE
NIEUWGRIEKS voor gevorderden in de vorm van ronde-tafelgesprekken in het
Grieks, o.l.v. drs. Danaï Kondaksis.
Verhalen van Stratís Tsírkas (Caïro 1911 - Athene 1980) vormen het thema van
de eerste bijeenkomst en dienen als uitgangspunt voor een gesprek over de
Griekse minderheid in Egypte.
13 oktober, 24 november en 15 december, van 11.00 tot ca. 16.00 uur: SPREEK- en LUISTERVAARDIGHEID RUSSISCH. Als onderwerpen voor studie en conversatie tijdens de eerste twee bijeenkomsten zijn gedichten en korte teksten gekozen van en over de moderne schrijvers O. Mandelstam en F. Iskander; tijdens de laatste bijeenkomst wordt aandacht besteed aan de kunstenaar Marc Chagall. Grammaticale kwesties worden behandeld aan de hand van het boek Verbs of Motion in Russian van L. Muravyova. Docenten Tatjana Polman en Victoria van Aalst .
Zondag 23 september, aanvang 14.00 uur: TWEE AFRIKAANSE VERHALEN, verteld door Hugo Brasz, Theater Brasz & Co.
In De bavianenkoning wordt verteld hoe de Afrikaanse
jongen Morengaroe een luipaard moet doden dat zijn dorp aanvalt. Na een
spannende jacht stuit hij op een bavianenstam. De koning van die stam daagt hem
uit voor een gevecht. Op clowneske wijze speelt Hugo Brasz het luipaard, de
bavianen en hun koning.
Na de pauze volgt de vertelling Uit het dagboek van een ontdekkingsreiziger. Nog
een keer komt Juan Maria Schuver, Nederlands dapperste, koelbloedigste en meest
onbekende avonturier, terug op aarde om over zijn spannende leven te vertellen.
Hij trok van 1880 tot 1883 door gebieden in Noordoost Afrika waar nog nooit een
blanke een voet had gezet. Temidden van zandstormen, elkaar op leven en dood
bevechtende stammen, hongerige leeuwen en dodelijke tse-tse vliegen was hij op
zoek naar de bronnen van de Nijl.
Theater Brasz & Co werd in 1995 opgericht door Hugo Brasz. Hij studeerde af aan de Hogeschool voor Kunsten te Utrecht, volgde clowns workshops van beroemde clowns als Django Edwards en Georges Peugeot, speelde in tv-series en commercials en maakt nu na zijn vele theatrale omzwervingen zijn eigen zeer diverse producties en workshops.
De voorstelling is bestemd voor volwassenen en ook voor kinderen vanaf 6 jaar.
CONCERTEN
Zondag 4 november, aanvang 14.30 uur: Anna Wiersum, viool,
en Max Crabbendam, piano. Zij spelen werken voor viool en piano en voor
viool- en pianosolo van Bach, Mendelssohn Bartholdy, Brahms en Ravel.
Anna Wiersum (1965) studeerde bij Herman Krebbers aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Zij vervolgde daarna haar studie in Zwitserland aan de International Menuhin Academy Gstaad bij Alberto Lysy. Met zijn Camarata Lysy maakte zij vele tournees. In Zwitserland leerde zij ook spelen op de altviool. Na haar studie ging zij spelen bij de Camarata Salzburg o.l.v. Sandor Vegh. Vanaf 1991 speelt zij bij de eerste violen van het Gelders orkest, hetgeen zij combineert met doceren aan de Hogeschool voor de Kunsten te Arnhem.
Ook Max Crabbendam studeerde aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam en wel bij de bekende pianist Willem Brons. Na zijn afstuderen in 1984 vervolgde hij zijn studie bij de pianist en pedagoog Herman Uhlhorn. In 1986 vestigde hij zich in Wijchen, waar hij een pianolespraktijk opzette. Max Crabbendam speelde in diverse kamermuziekensembles en wordt regelmatig gevraagd als begeleider van koren, instrumentalisten en vocalisten.
Zondag 25 november, aanvang 14.30 uur: het Ensemble Mobile met Hermine van Weede, piano, René Koller, klarinet, en Jan Wisse, cello. Op het programma staan het Kegelstatt-trio van Mozart, het klarinettrio van Günther Raphaël en het klarinettrio opus 114 van Brahms.
Hermine van Weede voltooide haar pianostudie Akte
Muziekonderwijs B en Solospel aan het Amsterdams Conservatorium bij
successievelijk Nelly Wagenaar en Hans Dercksen. Zij was aanvankelijk jarenlang
werkzaam als pianopedagoge, maar na scholing bij
Jan Wijn is zij weer actief
als pianiste waarbij zij zich voornamelijk richt op kamermuziek.
René Koller heeft al jarenlang professioneel klarinetles bij Reinier Hogerheyde, docent aan het Conservatorium van Arnhem. Hij speelt in diverse ensembles en treedt regelmatig op als solospeler en als orkestmusicus. Daarnaast geeft hij klarinetles.
Jan Wisse studeerde cello aan het Koninklijk Conservatorium te Antwerpen. In 1965 behaalde hij het einddiploma cello en kamermuziek. Jarenlang gaf hij les en maakte hij deel uit van diverse kamermuziekensembles, waarmee hij optrad in binnen- en buitenland. Hij is aanvoerder van de cellogroep van het Twents Kamerorkest in Enschede.
26 december, Tweede kerstdag, aanvang 14.30 uur: pianorecital van Ivo Boytchev. Op het programma staan werken van o.a. Mozart en Schubert.
Ivo Boytchev (1970) is afkomstig uit Bulgarije, waar hij in 1994 met zeer goed gevolg afstudeerde aan het Conservatorium van Sofia. In Bulgarije trad hij meerdermalen op met orkest en als solist. Hij vervolgde zijn studie aan het Conservatorium van Enschede, volgde lessen koordirectie bij Kees Stolwijk en studeerde daarnaast aan het Conservatorium van Utrecht bij Allan Weiss voor zijn solo-diploma piano. Inmiddels is hij als uitvoerend musicus cum laude afgestudeerd. In 1999 trad hij voor het eerst in Hernen op samen met de fluitist Dimitre Marinkev.
TERUG IN DE TIJD, werken gemaakt in de jaren zestig
door Harry Gerritz. Openingstijden: 14, 15, 16 en 21, 22 en 23 september van
13.00 tot 17.00 uur.
In de jaren zestig van de vorige eeuw werkte Harry Gerritz
als beginnend kunstenaar een aantal jaren in Kasteel Hernen.
Met drukinkt
en rol maakte hij hier zijn monoprints die zich nu o.a.
bevinden in de verzameling van het Frans Hals Museum te Haarlem, het
Dordrechts Museum, het Museum voor Moderne kunst in Arnhem en het
Valkhofmuseum in Nijmegen. Een aantal van deze vroege
werken worden
tentoongesteld in het kasteel.
A TOUCH OF DIVINITY, images of devotion in Eastern Europe, foto’s van Jan van IJken.
Liturgische riten maken een essentieel deel uit van het
religieuze leven. Veel theologische studies zijn dan ook gericht op de manier
waarop die riten worden uitgevoerd en op hun formele betekenis. Speciale
aandacht gaat uit naar de gedragscodes van degenen die verantwoordelijk zijn
voor de riten. De culturele antropologie is geïnteresseerd in de ervaring van
de deelnemers, van
‘het gewone volk’, zelf. De foto’s van Jan van IJken
zijn uniek in die zin dat zij juist deze ervaring, de menselijke aspecten, het
religieuze leven van alledag, in beeld brengen.
Voor de indrukwekkende serie foto’s, die gedurende de maand oktober te zien zijn in Hernen, maakte de fotograaf vele reizen door Centraal- en Oost-Europa, met name Polen, Slowakije, Roemenië en Oekraïne.
De tentoonstelling wordt geopend en ingeleid door dr. Bert Groen (Instituut voor Oosters Christendom in Nijmegen en de A.A. Brediusstichting) op zaterdag 29 september om 14.00 uur. Alle belangstellenden zijn welkom voor de opening.
10 JAAR ICONENSCHILDER - iconen van Jan Verdonk.
Jan Verdonk is theoloog en studeerde in 1983 af op de
Orthodoxie. Inmiddels is hij ook zelf orthodox. In 1991 ontmoette hij de
Griekse iconenschilder Neoklis Kolliopoulos. Als diens leerling leerde hij in
Griekenland de techniek van houtbewerking en het
opbrengen van de tien lagen
krijtlijmgrond, van goud opleggen en van ei-temperaverven, kortom het gehele
oeroude procédé
zoals dat door de monniken van Athos is overgeleverd.
Neoklis was in 1980 een van de eerste Griekse iconenschilders die werkten
volgens de richtlijnen van de Kretenzische school, die zijn bloeitijd had van
1400 tot 1600. Verdonk keerde terug naar Nederland,
waar hij zich volledig
ging wijden aan het schilderen van iconen. Om zijn kennis te verbreden volgde
hij nog een aantal jaren
workshops bij Bernard Frinking, in de jaren
vijftig/zestig leerling van een van de grote vernieuwers in de
Russische
iconenschilderkunst, Leonid Ouspensky. Jan Verdonk werd professioneel
iconenschilder in Nederland.
1 t/m 4 maart: PALAEOBYZANTINE NOTATIONS, III.
Voor het derde symposium dat gewijd is aan de oudste Byzantijnse
notatiesystemen komen een vijftiental musicologen uit
Denemarken, Duitsland,
Engeland, Griekenland, Italië, Oostenrijk, Rusland, Servië en Zweden bijeen.
Op zondagmiddag 4 maart,
aanvang 14.00 uur, geeft de voorzitter, prof. dr.
Christian Troelsgård (Kopenhagen), voor belangstellenden een uiteenzetting over
het thema en de resultaten van de bijeenkomst. De Acta van de twee aan dit
symposium voorafgaande symposia in de serie zijn gepubliceerd onder de titels: Palaeobyzantine
Notations: A Reconsideration of the Source Material, ed. J. Raasted and
Ch. Troelsgård (Hernen, the Netherlands, 1995), ISBN 90-71333-04-3; en Palaeobyzantine
Notations II:
Acta of the Congress Held at Hernen Castle (The Netherlands)
in October 1999, ed. Ch. Troelsgård in collaboration with
G. Wolfram
(Hernen, the Netherlands, 1999), ISBN 90-71333-05-1.